Nostradamus
... een nieuwe visie ...
Laatst bijgewerkt:
12 november 2016
DE VOORSPELLINGEN
ONJUISTE INTERPRETATIES
Napoleon Bonaparte
15 augustus 1769 - 5 mei 1821

De opkomst van Napoleon Bonaparte
Centurie 1, Kwatrijn 60

Veldtocht Sardinië,
22 februari 1793
Centurie 3, Kwatrijn 87

Eerste consul van Frankrijk
Centurie 4, Kwatrijn 54

Grote Sint-Bernhardpas,
mei 1800
Centurie 5, Kwatrijn 20

Inname Milaan
Centurie 3, Kwatrijn 37

Kroning tot keizer van Frankrijk,
2 december 1804
Centurie 8, Kwatrijn 57

Invasie in Rusland, 1812
Centurie 4, Kwatrijn 75

Slag bij Moskou, 1812-1813
Centurie 8, Kwatrijn 85

Verbanning naar Elba,
6 april 1814
Centurie 10, Kwatrijn 24
 
1e Wereldoorlog 1914-1918

Aanleiding tot de
Eerste Wereldoorlog 1914-1918
Centurie 9, Kwatrijn 55

*** UPDATE ***
Oorlogsvoering in de lucht, beide wereldoorlogen
Centurie 1, Kwatrijn 64

*** UPDATE ***
Kerk "St-Gervais-et-St-Protais" geraakt door Parijs-Geschut
29 maart 1918
Centurie 3, Kwatrijn 6
Voor Nostradamus, die zich als jood tot het katholieke geloof had bekeerd, moet het een grote schok geweest zijn toen hij in zijn vele visioenen de moord op een paus zag:
Centurie 4 - Kwatrijn 11

Celuy qu'aura gouuert de la grand cappe,
Sera induict à quelques cas patrer:
Les douze rouges viendront soüiller la nappe,
Soubz meurtre, meurtre se viendra perpetrer.

Hij die drager zal zijn van de grote cape,
Zal van plan zijn een aantal daden uit te voeren:
De twaalf roden zullen het kleed bezoedelen,
Een moord, moord zullen ze begaan.
Nostradamus beschrijft hier de moord op paus Johannes Paulus I in 1978, hetgeen al destijds door velen verondersteld werd. Om een beter inzicht te krijgen in hetgeen zich omstreeks die tijd heeft afgespeeld,  volgt hieronder een verhaal dat de katholieke kerk wederom in een kwalijk daglicht zal zetten.
Sint Pieter basiliek te Rome
Ironisch gezien leidde deze principiële afwijzing, dat wil zeggen om zo openlijk de kruistocht van de paus tegen de anti-conceptie te bekritiseren, tot de valse perceptie dat Albino Luciani een conservatief was onder de kardinaal kiezers die bijeen geroepen waren na de dood van Paulus VI in augustus 1978.
Toen het conclaaf vlak na de dood van Paulus bijeen kwam, was het enerzijds diep verdeeld tussen degenen die verder wilden gaan met de hervormingsgezinde agenda van het Tweede Vaticaans Concilie en anderzijds tussen degenen die verlangden naar een terugkeer van de geruststellende zekerheid van het starre dogma zoals ze dat konden voor paus Johannes XXIII.
Alsof door het lot bezegeld, waren de vooruizichten van de conservatieven om hun kandidaat te kiezen door een wijziging van de verkiezingsprocedure, uitgevaardigd door Paulus VI en die kardinalen boven de 80 jaar uitsloot, echter aanzienlijk verminderd.
Niet in staat om één van hun eigen mensen als paus te installeren, namen de conservatieven in het conclaaf hun toevlucht tot een strategie om de verkiezing van de leidende progressieve kandidaat te blokkeren waarbij ze de hoop hadden dat er uit de impasse een minder bekende kandidaat uit voort zou vloeien.
Terwijl Sindona's dure advocaten in New York met succes vochten tegen de inspanningen van Italië om hem uitgeleverd te krijgen, zou de bekendmaking van zijn handelen met het Vaticaan hem naar een Milanese gevangenis brengen in plaats van zich te bewegen in het cocktail circuit van Manhattan.
Sindona's wanhoop om een dergelijk lot te vermijden had hem al gemotiveerd om door middel van de Gambino familie" contracten" uit te zetten, tegen de getuigen à charge in de uitleveringsprocedure en tegen de Amerikaanse assistent-procureur die de zaak vervolgde.
Toen paus Johannes Paulus I zich op de avond van 28 september 1978 moe terug trok in zijn slaapkamer, met de van belang zijnde papieren in zijn handen geklemd die de volgende dag de schandelijke Vaticaanse financiële flirt met de maffia en de zuivering van de Curie met de verantwoordelijken zouden openbaren, waren er een aantal meedogenloze mensen die een grote interesse hadden om er op toe te zien dat hij niet meer zou ontwaken om dit bekend te maken.
Hoewel het Vaticaan beweerde dat haar 'huis' arts het lichaam onderzocht had en dat de doodsoorzaak een hartinfarct was, werd er geen dood-certificaat openbaar gemaakt. Bovendien vereiste de Italiaanse wet dat er een wachttijd van ten minste 24 uur moest zijn voordat een lichaam gebalsemd mocht worden, maar kardinaal Villot had minder dan 12 uur na zijn dood het lichaam van Albino Luciani al voorbereid op de begrafenis. Het Vaticaan weigerde een autopsie uit te laten voeren en beriep zich op het kerklijk recht dat zoiets zou verbieden maar de Italiaanse pers wees erop dat een autopsie wèl op één van de paus zijn voorgangers was uitgevoerd, Pius VIII. En hoewel de conventionele procedure voor het balsemen van een lichaam vereiste dat het bloed moest worden afgetapt en dat bepaalde interne organen verwijderd moesten worden, werd er niet één druppel bloed of ook maar een klein stukje weefsel verwijderd uit het lijk van paus Luciani en was er dus niets beschikbaar dat de aanwezigheid van gif kon aantonen.
Na te zijn gekozen als de opvolger van Luciani, zou Karol Wojtyla (Johannes Paulus II) hem alleen in naam eren. Geen één van de initiatieven die Johannes Paulus I op het punt stond te nemen van de Vaticaanse Bank, de vrijmetselaars in de Curie, of de herziening van 'Humanae Vitae' zou ooit het daglicht zien.
Integendeel, kort na de benoeming van paus Johannes Paulus II bevorderde hij het corrupte hoofd van de Vaticaanse Bank, bisschop Marcinkus. Deze had immers Wojtyla's belangen gediend door de Poolse kerk 100 miljoen wit gewassen mafia geld toe te schuiven om de campagne tegen de communistische regering te onderschrijven.
Met de voortdurende samenwerking van het Vaticaan wisten Sindona en Calvi hun orgie van plunderingen voort te zetten en bleven nog verscheidene jaren op vrije voeten waarbij een aantal potentiële getuigen à charge werden neergeschoten door huurmoordenaars.
In feite, toen Sindona uiteindelijk in de VS in verband met de 'Franklin National' werd aangeklaagd voor bankfraude, bood het Vaticaan aan om getuigenis af te leggen ten behoeve van zijn verdediging !
Net als voor Opus Dei, hoewel Johannes Paulus II niet eens lid was van de sekte, heeft hij vaak als één van hen gefunctioneerd en hij vaardigde zelfs een ongekend besluit uit betreffende de officiële status van de sekte door deze als een 'persoonlijke prelatuur' binnen de Kerk te erkennen.
27 april 1982: Poging tot moord op Roberto Rosone, algemeen directeur van Banco Ambrosiano, toen hij probeerde de bank activiteiten weg te ruimen.

17 juni 1982: Roberto Calvi opgehangen gevonden aan een brug in Londen. Dagen later werd er 1,3 miljard dollar van de  Banco Ambrosiano in Milaan vermist.

2 oktober 1982: Giuseppe Dellacha, directeur van Banco Ambrosiano dood aangetroffen bij een val uit een van de ramen van de bank.

23 maart 1986: Michele Sindona in de Italiaanse gevangenis vergiftigd waar hij zijn tijd uitzat voor de opdracht tot moord op Giorgio Ambrosioli.
Johannes Paulus I, geboren als Albino Luciani (Forno di Canale, 17 oktober 1912 - Vaticaanstad, 28 september 1978), was paus van 26 augustus 1978 tot zijn dood. Zijn pontificaat duurde slechts 33 dagen.

Johannes Paulus I was de opvolger van Paulus VI en werd al snel bekend als de "lachende paus". Voorafgaand aan zijn pontificaat was hij patriarch van Venetië. Hij was de eerste paus in de geschiedenis met een dubbele naam, en hij was ook de eerste - en tot nu toe enige - paus die zelf al het achtervoegsel I (=de eerste) aan zijn naam toevoegde.

Zijn optreden tijdens zijn korte pontificaat werd gekenmerkt door ruime aandacht voor catechese. Hij was een bescheiden man en zag als eerste paus in de geschiedenis af van een kroning. Ook bediende hij zich - behalve in teksten die voorbereid waren door de Curie - als eerste paus niet van het majesteitelijk meervoud. Na zijn plotselinge dood waren er speculaties over het al dan niet natuurlijke karakter daarvan.
Regels 1 en 2

Hij die drager zal zijn van de grote cape,
Zal van plan zijn een aantal daden uit te voeren:

Met hetgeen hierboven is beschreven behoeven deze twee regels niet nader uitgelegd te worden.
Regels 3 en 4

De twaalf roden zullen het kleed bezoedelen,
Een moord, moord zullen ze begaan.


De twaalf roden zijn de kardinalen uit de Curie (met rode mantels) waarvan een aantal van de moord op de hoogte moeten zijn geweest.
Om te begrijpen welke krachten in het spel waren bij de dood van paus Johannes Paulus I moeten we terug naar de 19e eeuw toen de kerk ontdaan was van zijn soevereine macht in de Kerkelijke Staat door de Italiaanse nationale revolutie.
Als gevolg hiervan werd de paus na 1870 de pathetische 'gevangene van het Vaticaan', een gevangene die het altijd zou intrigeren om zijn verloren domeinen te herstellen. Misschien om het verlies van zijn aardse koninkrijk te compenseren, riep Paus Pius IX (1846-1878) het Vaticaans Concilie bijeen met als doel zijn leer van de 'pauselijke onfeilbaarheid' te verkondigen die de tijdelijke tirannie van de ter ziele gegane Vaticaanse Monarchie zou vervangen met de geestelijke tirannie van het 'onfeilbare Zien'.
Heel tragisch, maar deze draai naar de autoritaire en revanchistische politiek van de kant van de kerk was om een grote rol te gaan spelen in het ontstaan van het facisme in het begin van de 20e eeuw.
Voor zijn verachtelijke rol om de Italiaanse natie in de bloedige handen van Benito Mussolini uit te leveren, ontving paus Pius XI (1922-1939) een aanzienlijke som geld. In ruil voor het steunen van het haperende fascistische regime kreeg het Vaticaan het equivalent van 80 miljoen dollar (775 miljoen nu) en de restauratie van de soevereiniteit van Vaticaanstad onder de voorwaarden van het Verdrag van Lateranen van 1929. Zo had het pausdom zich ontwikkeld van de hebzuchtige hoer van de Caesars naar de verachtelijke hoer van 'Il Duce'. Pius en zijn opvolgers creëerden daarbij een Vaticaan bank, effectief buiten het bereik van de reguliere autoriteiten, en dus bij uitstek geschikt voor het snode werk van belastingontduiking en het witwassen van geld waarin het later steeds meer verwikkeld raakte.
In 1958 zou paus Johannes XXIII(1958-1963) het roer erven van een soevereine macht die monolithisch en dogmatisch was. Onder die totalitaire doctrine, vastgesteld door het Vaticaans Concilie, werd iedere afwijking van de morele leer die de paus uitdroeg per definitie als fout bestempeld waarin geen enkele tolerantie bestond.
De paus wilde hervormen maar had grote moeite om het reformistisch Vaticaanse Concilie te bundelen en stuitte op felle tegenstand van de conservatieven die vreesden dat een versoepeling van het pauselijk absolutisme het hele Vaticaan zou ondermijnen.
Op 25 januari 1959 riep hij tot ieders verrassing het 'tweede' Vaticaans Concilie bijeen.  Dit Concilie, ook wel bekend als Vaticanum II, werd van 11 oktober 1962 tot 8 december 1965 gehouden, en is bekend geworden als de kerkvergadering van het 'aggiornamento': het ‘bij de tijd brengen’ (moderniseren) van de Katholieke Kerk.
Tot op zekere hoogte bewezen de conservatieven gelijk te hebben, de vrije gedachte die het tweede Vaticaanse Concilie had aangemoedigd, stopte niet met de symbolische hervormingen van de Katholieke liturgie, maar ging verder om het hele wereldlijke bouwwerk van macht en rijkdom uit te dagen die de moderne kerk hiërarchie had opgericht.
Na de dood van Johannes XXIII in 1963 resulteerde de impasse tussen conservatieven en hervormers in het college van kardinalen in de verkiezing van paus Paulus VI (1963-1978) die gedurende vijf jaar het over de kwesite van de moraal van kunstmatige geboorte controle zou hebben.
Gedurende deze tijd zou de paus worden onderworpen aan de immense druk van de oude garde die in het bestuur van het Vaticaan, de 'Curie', zaten. Johannes XXIII was namelijk nauwelijks overleden toen de 'Curie' al weer begon te strijden om het liberale Tweede Vaticaanse Concilie terug te draaien en de kerk terug te laten keren naar de seksueel repressieve autoritaire vorm.
Niet goed raad wetende, riep paus Paulus VI het advies in van de zachte, geleerde kardinaal van Venetië, Albino Luciani die de paus voorzag van een dwingend theologisch argument dat een kerklijk eervolle terugtrekking zou bieden voor zijn dwaze wendingen.
Toen de besluitloze paus uiteindelijk niet boog voor de lobby campagne van de conservatieven en de keus maakte om Luciani's voorstel te negeren (het was z'n eergevoel en loyaliteit te na), publiceerde hij zijn laatste encycliek, de Humanae Vitae die op 25 juli 1968 verscheen en handelde over het menselijk leven, het huwelijk en de geboorteregeling.
Kardinaal Luciani's eenvoudige bescheiden houding en zijn duidelijke bereidheid om zijn eigen standpunten ondergeschikt te maken ten einde een hogere autoriteit te gehoorzamen, zoals bleek uit zijn reactie op de Humanae Vitae, maakte hem voor de Curie aantrekkelijk aks een perfecte compromis kandidaat.
Ze geloofden dat Luciani een paus zou worden die ze effectief konden besturen.
Echter, eenmaal gekozen, begon de nieuwe paus de briljante geest en ondeugende uitstraling te tonen die verborgen zat achter zijn vroegere terughoudendheid. Hij wierp zich direct op om in het pausdom een revolutie teweeg te brengen en het terug te laten keren naar haar geestelijke oorsprong, de boodschap van de Evangeliën. Bij zijn kroning weigerde hij plaats te nemen op de pauselijke draagstoel 'Sedia gestatoria' en de met juwelen ingelegde tiara te dragen.
Hij instrueerde de minister van Buitenlandse Zaken (van de Curie) om niet de leiders van de militaire junta's van Argentinië, Chili en Paraguay uit te nodigen op zijn inaugurele mis. Verder weigerde hij om tijdens zijn audiënties en pers conferences de scripts te volgen die voor hem door de Curie waren voorbereid. Nadrukkelijk kondigde hij aan dat zijn pontificaat zou toezien op de terugtrekking van de kerk bij haar betrokkenheid van 'zuiver tijdelijke.... en politieke zaken'.
Totaal verrast door de onverwacht onafhankelijke houding die de paus aan de dag legde, begon de Curie zijn opmerkingen van de dagelijkse krant van het Vaticaan te censureren, in het bijzonder toen hij zijn visie op anticonceptie en zijn bereidheid om de verbodsbepalingen van de 'Humanae Vitae' omgekeerd uit te leggen.
Terwijl Albino Luciani in veel opzichten irriterend voor de Curie bleek te worden, maakte hij zich zelf tot absolute vijand toen hij zich begon te verdiepen in de verraderlijke handelingen van de Vaticaanse Bank, die terug dateerde naar het bewind van zijn voorgangers.
In 1968 had paus Paulus VI een flamboyante Sicilische financier, Michele Sindona genaamd, in vertrouwen genomen. Sindona's spectaculaire groei van vodden handelaar naar het bestuur van een groot internationaal bank imperium was gedeeltelijk te wijten aan een buitengewoon zakelijk instinct en mentale scherpzinnigheid, en dat gecombineerd met z'n betoverende charme.
Maar ondanks zijn aanzienlijk natuurlijke gaven zou Sindona nooit zonder de steun van zijn opdrachtgevers in de maffia en in de 'P2', een geheim vrijmetselaars genootschap (bestuurd door ene Licio Gelli) uit de krioelende straten van Messina naar het bestuur in Milaan op geklommen zijn.
Gelli, de grootmeester van het geheime genootschap had een netwerk verzameld van extreem rechtse militairen en politieke figuren dat als een 'staat binnen de staat' functioneerde, zowel in Italië als een aantal Latijns-Amerikaanse landen.
Om zijn machtsweb uit te breiden, financiëerde Gelli op basis van omkoping, afpersing en, indien nodig, moord en terrorisme zijn imperium door het systematisch plunderen van een groeiende reeks banken die door zijn compagnon Roberto Calvi waren verworven.
Met de hulp van Gelli en Calvi kreeg Sindona het bestuur over een groep van één van de oudste en meest prestigieuze financiële instellingen in Italië en Zwitserland, waaronder een aantal banken waar het Vaticaan belang bij had.
Bijgenaamd de 'Haai' werd Sindona het toostje van de internationale banken gemeenschap en het onderwerp van bewonderend eerbetuigingen door tijdschriften als 'Fortune' en 'Time'.
Al snel verwierf hij de reputatie van het overnemen van eerbiedwaardige maar falende banken en ze op wonderbaarlijke wijze om te vormen in banken die geld in overvloed hadden.
Toen zijn kaartenhuis uiteindelijk in 1974 ineen stortte, in wat in Italië bekend zou worden als 'Il Crack Sindona', ontdekten officieren van justitie al snel het magische geheim van de 'Haai'.
Massale infusies van drugsgeld van de Gambino familie werden door de banken van Sindona wit gewassen.
Om zijn beschermheren Gelli en Calvi terug te betalen had de 'Haai' honderden miljoenen verduisterd van de banken die hij beheerde.
Al snel na zijn financiële debacle vluchtte Sindona naar de VS alwaar hij kon rekenen op de bescherming van zijn oude vriend, de toenmalige president Richard Nixon. Helaas voor de 'Haai' forceerde het Watergate-schandaal in augustus 1974 voor Nixon's aftreden. Binnen enkele weken daarna ontdekten federale accountants dat er een enorm groot gat zat in de activa van de 'Franklin National Bank' die ook deel uitmaakte van het Sindona imperium. Aangeklaagd in de VS en Italië voor bankfraude en verduistering zou Michele Sindona uiteindelijk uitgeleverd worden aan Italië waar hem pas in 1986 een levenslange gevangenisstraf zou wachten.
Dit was de man naar wie Paulus VI zich in 1968 wendde for financieel advies toen de regering in Rome voor het Vaticaan de vrijstelling op belasting afschafte voor inkomsten uit Italiaanse beleggingen.
Bang om in verlegenheid te worden gebracht bij het openbaar maken van de omvangrijke financiële portefeuille die de belasting aangiften zou onthullen, koos het Vaticaan ervoor om de meeste van haar binnenlandse activa tegen een aantrekkelijke prijs af te stoten.
De dubbele marktwaarde was wat de 'Haai' te bieden had want zijn klanten in de Gambino familie waren meer dan gewillig om de 'vuile' opbrengst van hun heroïne handel te ruilen voor de 'schone' activa bij een twee-op één-tarief. En natuurlijk werd van de Heilige Stoel niet verwacht dat deze zich rechtstreeks zou inlaten met de maffia Dons waarvan ze het bloedgeld zouden ontvangen.
Met zijn buitengewone geest en onschuldige onverschrokkenheid was paus Johannes Paulus I in staat door te dringen tot het hart van dit beschamende labyrint van corruptie en wist binnen enkele weken na zijn kroning de belangrijkste medeplichtingen binnen het Vaticaan te identificeren.
Op de avond van 28 september 1978 riep hij kardinaal Villot, de leider van de machtige Curie, bij zich om bepaalde 'veranderingen' te bepraten waarbij de paus voorstelde om die de volgende dag openbaar te maken. Gedurende de twee uur durende discussie die volgde was het tot het verdriet van Villot om de ware moed van de raadselachtige man te ontdekken die hij ooit eens als een eenvoudige dwaas beoordeeld had.
Onder degenen wier 'ontslagen' de volgende dag door de paus zouden worden aanvaard, was Villot zelf, evenals het hoofd van de Vaticaanse Bank en verschillende andere leden van de Curie die betrokken waren geweest bij de activiteiten van Sindona en P2, het geheime vrijmetselaars genootschap.
Bovendien werd Villot verteld dat Johannes Paulus I plannen had om een bijeenkomst aan te kondigen om op 24 oktober dat jaar met een Amerikaanse delegatie de heroverweging van de positie van de Kerk ten aanzien anticonceptie te bespreken.
Terwijl de nieuwe paus klaar was om het deksel van het Vaticaanse Bank schandaal te lichten en de financiële verwevenheid tussen de Heilige Stoel en de bankhuizen van de heren Sindona en Calvi te verbreken, hadden deze laatste twee heren dringend behoefte aan verder medeplichtigheid van het Vaticaan. In het najaar van 1978 vonden Italiaanse bank onderzoekers het sluitend bewijs dat er 400 miljoen dollar in activa verduisterd was die Sindona en Calvi in eigen zak hadden gestopt of hadden gebruikt om het sinistere werk van hun meester Gelli en zijn P2 te ondersteunen.
De enige echte kloof in de keten van bewijs dat nodig was om al deze heren naar de gevangenis te sturen lag in handen van de Vaticaanse Bank, en paus Luciani was gereed om deze kaart aan de autoriteiten te overhandigen.
Onder hen waren de heren Sindona, Calvi en Gelli, maar ook kardinaal Villot zelf.
De nieuwe paus had van een voormalig gedesillusioneerd lid van P2 een lijst ontvangen van de vrijmetselaren die plaats hadden in de Curie en waarop ook de namen voorkwamen van kardinaal Villot en bisschop Marcinkus, het hoofd van de Vaticaanse Bank. Zijn geplande zuivering zouden velen van hen treffen voor overplaatsing of geforceerd pensioen. Maar deze zuivering zou nooit komen.
Naast de identificeerbare groep binnen de Curie die veel te verliezen had bij het aanhoudende bewind van paus Luciani was er ook een meer schimmige groep die veel te winnen had bij een voortijdig beëindiging van zijn pontificaat. Opus Dei was, en blijft vandaag de dag, misschien wel de meest obscure maar invloedrijke sekte binnen de Kerk. Als geheim genootschap met fascistische neigingen als P2 had Opus Dei het historische patroon van de jezuïetenorde gevolgd met het streven om personen te werven die machtige posities hadden in de regering, bedrijfsleven, media en academische wereld. Opus Dei was uiterst conservatief en beslist tegen elke vorm van familie-planning door middel van anticonceptie.
In alle vroegte, stipt om 04.30 uur op 29 september 1978 klopte Zuster Vincenzia, de huishoudster van de paus, zoals ze altijd deed, op de deur van zijn slaapkamer. Toen ze binnen geen reactie hoorde liet ze een kop koffie achter en keerde 15 minuten later terug en zag dat de koffie nog steeds onaangeroerd was, iets dat in totale tegenspraak was met zijn stipte routine. Toen ze zijn slaapkamer binnenkwam zag ze hem niet en liep door naar de badkamer waar ze de de paus op de vloer ontdekte, met een verwrongen grimas van de dood op zijn gezicht.
Op het nachtkastje in de slaapkamer lag een geopende fles Effortil, een medicatie die de paus nam voor zijn lage bloeddruk, bovendien had hij ook overgegeven.
De huishoudster stelde onmiddelijk de pauselijke kamerheer, kardinaal Villot, in kennis, wiens eerste reactie
op het nieuws was om de begrafenisondernemer op te roepen.
Villot arriveerde om 05.00 uur in de kamer van de paus en verzamelde snel de cruciale documenten, de Effortil fles en een aantal persoonlijke spullen die werden bevuild met braaksel. Geen van de voorwerpen is ooit nog terug gezien.
Bewijst dit moord door vergiftiging? De vermeende samenzweerders probeerden probeerden het een natuurlijke dood te laten lijken. Sindona, Calvi en Marcinkus stonden op het punt veel te verliezen als Albino Luciani datgene wilde uitvoeren wat hij voor ogen had. Er was een groeiende lijst van mensen die te vrezen hadden, in het bijzonder bisschop Marcinkus die vervangen moest worden door Mgr Abbo en kardinaal Villot die vervangen moest worden door kardinaal Benelli als staatssecretaris voor het Vaticaan. Er was blijkbaar veel corruptie dat de paus op het punt stond uit te roeien.
Vergif was de meest efficiënte manier om zijn dood natuurlijk te laten lijken. Het zou immers geen uiterlijke kenmerken teweeg brengen en het zou de de samenzwering maskeren. Om dit plan ten uitvoer te brengen had men de intieme kennis van de Vaticaanse procedures. Er zou geen autopsie komen en alle eventueel belastende zaken zouden worden verwijderd.
Kardinaal Villot bracht het alsof het een zeer tragisch ongeval was. Hij beweerde dat de paus een overdosis  van zijn eigen medicatie genomen had. Deze uitleg was zeer onwaarschijnlijk en lasterlijk en insinueerde bijna dat de paus vanwege de druk van zijn  werk zelfmoord had gepleegd!
Alles werd gedaan om deze misdaad te verdoezelen. Toch zou niemand geloven in een overlijden door zo'n ongeval.
De fles Effortil was verdwenen, samen met de glazen waar de paus uit gedronken zou hebben en zo ook zijn slippers, waarschijnlijk omdat er sporen van braaksel op zaten. Dit zou een symptoom van digitalis vergiftiging geweest kunnen zijn. Ook het testament van de paus was verdwenen.
Dr Buzzonati (en niet professor Fontana van de medische dienst van het Vaticaan zelf die ingeschakeld had moeten worden) bevestigde de dood en werd toegeschreven aan een acuut myocardinfarct.
Onmiddellijk nadat de dood van de Heilige vader bevestigd was, riep kardinaal Villot degenen op die de paus zouden balsemen. Er werd geen sacrament van het Heilig Oliesel gegeven!
Vervolgens nam de kardinaal Zuster Vincenzia, die het lichaam in de badkamer ontdekte (niet in bed zoals later werd beweerd), de gelofte van stilte af.
Het overlijden zou plaats gevonden hebben om 11 uur de vorige avond (28 september).
Villot stelde rond 06.30 uur uiteindelijk de andere kardinalen op de hoogte. De hypothese van een plotselinge dood leek de persoonlijke arts en trouwe secretaris van de paus, Don Lorenzi, hoogst onwaarschijnlijk.
Het gezicht van de paus vertoonde kenmerken van doodsstrijd en angst en was verdraaid en verwrongen.
De Signoracci broers, de balsemers, probeerden het gezicht enigszins te verbouwen zodat zijn uiterlijk een rustige uitdrukking zou tonen. Voordat de balsemers hun werk konden doen hadden veel mensen echter zijn vervormde gelaat al gezien.
De zusters die dienden als meiden en bedienden, reinigden en poetsten kort na zijn dood de vertrekken van de paus. Enig bewijs, zoals vingerafdrukken, werd vernietigd. De secretarissen pakten de kleding, brieven, notities en persoonlijke herinneringen van de paus en tegen 6 uur 's avonds waren alle 19 pauselijke vertrekken grondig gestript. Een autopsie op het gebalsemde lichaam zou nutteloos geweest zijn. Om 11 uur 's avonds waren al de sporen van zijn leiderschap als paus verwijderd. De herinnering van zijn aanwezigheid in het Vaticaan was weg geveegd. De vermeende moord was compleet.
Volgens zijn broer Edoardo was de paus in goede gezondheid en wist te melden dat Zijne Heiligheid drie weken voor zijn dood een medisch onderzoek had gehad en geheel gezond verklaard was.

Een verslag in Time Magazine van 9 oktober 1978 was eveneens van oordeel dat de voortijdige dood van paus Johannes Paulus I een diepe verdenking aan de dag legde dat de paus vergiftigd zou zijn.

Het Vaticaan heeft vanaf het begin altijd een onderzoek naar deze kwestie gedwarsboomd.
Overige gebeurtenissen die na de dood van paus Johannes Paulus I plaatsvonden:

Oktober 1978: Johannes Paulus II vervangt de dode paus, maar geen één van Luciani's instructies of uitvoeringsdecreten worden uitgevoerd.

21 januari 1979: Moord op rechter Emillio Alessandrini, een magistraat die de activiteiten van Banco Ambrosiano wilde onderzoeken.

20 maart 1979: Moord op Nino Pecorelli, een onderzoeksjournalist die het lidmaatschap en de handelingen van de P-2 groep (geheim vrijmetselaars genootschap) wilde bekendmaken.

11 juli 1979: Moord op Giorgio Ambrosioli na zijn getuigenis met betrekking tot de zakelijke belangen van Sindona en Calvi in het Vaticaan.
13 juli 1979: Moord van Luitenant-kolonel Antonio Varisco, hoofd van de veiligheidsdienst van Rome die ook onderzoek deed naar de activiteiten van de P-2-groep en met Giorgio Ambrosioli sprak, twee dagen vóór de dood van Ambrosioli.

21 juli 1979: Moord op Boris Guilano, de afgevaardigde van de politie uit Palermo en die ook met Ambrosioli sprak, eveneens twee dagen voor zijn dood. Hier ging het om het witwassen van maffia geld door Sindona via de Vaticaanse Bank naar Zwitserse bankrekeningen.

Oktober 1979: Bom ontploft in het appartement van Enrico Cuccia van Mediobanca en een getuige van G. Ambrosioli.

2 februari 1980: Het Vaticaan gaat akkoord om op video opgenomen verklaringen van M. Sindona aan te bieden in zijn proces in de VS op beschuldiging van fraude, samenzwering en verduistering van gelden in verband met de instorting van de Franklin Nationale Bank.
13 mei 1980: poging tot zelfmoord van Sindona in de gevangenis.

13 juni 1980: Sindona veroordeeld tot 25 jaar.

8 juli 1980: poging tot zelfmoord van Roberto Calvi, ook gevangen gezet voor fraude.

1 september 1981: De Vaticaan Bank erkent zijn bestuursbelangen in een aantal banken beheerd door Calvi voor meer dan een miljard dollar aan schulden.

2 januari 1982: Een groep van aandeelhouders in Banco Ambrosiano sturen een brief aan paus Johannes Paulus II voor het openbaar maken van de connecties tussen de Vaticaan Bank en Roberto Calvi, P-2 en de maffia. De brief werd nooit bevestigd.
De dood van (moord op) paus Johannes Paulus I